Rijstvogel
|
|
|
|
Kenmerken |
Padda Oryzivora
Verspreiding:
Indonesië, Zuid-China en de Filipijnen.
Grootte: ongeveer 13 tot 14 cm.
Geslachtsonderscheid.
Het is erg moeilijk de geslachten van elkaar te onderscheiden. Een geoefend oog ziet het verschil
aan de snavel, die bij de mannetjes wat forser en roder van kleur is.
Soms is ook de oogring bij de mannetje wat opvallender.Om echt zekerheid te hebben,
zult u de vogels wat langer moeten observeren; de mannetjes van deze vogelsoort zingen,
de vrouwtjes niet.
|
|
|
Sociale eigenschappen: |
Deze vogels zijn bij uitstek geschikt voor de gezelschapsvoliere. U kunt een paartje van deze
vogels aanschaffen, maar het verdient aanbeveling om een klein groepje samen te houden.
Wanneer ze ruim gehuisvest zijn, zodat er voldoende ruimte is voor alle vogels hoeft u geen
problemen te verwachten. Andere vogelsoorten worden doorgaans met rust gelaten.
|
|
Huisvesting |
Rijstvogels kunnen zowel in een buiten als kamervolière gehouden worden en doen
het ook als kooivogel in een ruime kooi goed. Om te voorkomen dat de vogels
vervetten, moeten de zitstokken in de kooi zo ver van elkaar geplaatst worden,
dat de dieren moeite moeten doen om van de ene naar de andere zitstok
te komen.Begroeiing wordt op prijs gesteld, maar is niet noodzakelijk.
|
|
Omgevingstemperatuur. |
|
Deze populaire volièrevogels zijn doorgaans sterk en gehard.
Het is voldoende wanner u ze de beschikking geeft over een vorstvrij nachthok,
waarin ze zich bij koude kunnen terugtrekken.
Alleen tijdens erg strenge winter kan verwarming of huisvesting binnenshuis nodig zijn.
|
|
Voedsel: |
Als basisvoer kunt u ze een zaadmengsel voor tropische vogels geven, met daarbij
paddy en wat gebroken witte rijst. Ook insecten, eivoer en trosgierst worden
van tijd tot tijd graag opgenomen. Maagkiezel en grit horen altijd in voldoende mate
aanwezig te zijn, zodat de vogels ze naar behoefte kunnen opnemen.
|
|
Activiteiten: |
|
Rijstvogels zijn levendige vogels die gebruik maken van alle lagen van de volière.
Ze nemen tijdens warme dagen graag een bad. Een aardewerkenschaal, gevuld
met fris water, is hiervoor ideaal. Haal de schaal na enkele uren weg, zodat er geen kans bestaat
dat de vogels van het inmiddels vervuilde water drinken. |
 |
|
Kweek: |
|
Rijstvogels maken niet vaak een vrijstaand nest. Ze geven doorgaans de voorkeur
aan een gesloten of halfopen broedhokje. Geschikte afmetingen hiervoor zijn een
bodemoppervlak van ongeveer l5 vierkante cm. bij een hoogte van ongeveer 20 cm.
Het nest wordt voornamelijk door het mannetje gebouwd van grof materiaal, zoals
hooi grashalmen , kokosvezel en stro. Als bekleding komen zachte veertjes en
dierenhaar in aanmerking. U kunt ongeveer 4 tot 6 witte eitjes verwachten.
Zowel het mannetje als het vrouwtje bemoeit zich met het uitbroeden van de eitjes.
Na ongeveer 13 dagen broeden komen de jongen uit het ei. De jongen worden door
beide ouders gevoerd met zaden, maar ook veel insecten in diverse stadia en eivoer.
De jongen vliegen na ongeveer 28 tot 32 dagen uit, ze kunnen dan nog niet voor zichzelf
zorgen en worden nog gedurende een week of twee in afnemende mate door beide ouderdieren
gevoerd en begeleid. Na ongeveer drie maande hebben de jongen hun volwassen kleuren.
Ouderdieren in goede conditie kunnen per seizoen meerdere legsels grootbrengen.
|