Officieel: Poëphila acuticauda
Ook deze vogels uit Australië winnen spoedig
ieders hart. Ze broeden mits alleen gehouden, ook goed in
een kooi of vitrine.
Man en pop zijn moeilijk te onderscheiden. De man heeft een
grotere keelvlek dan de pop, hoewel uitzonderingen hier veel voorkomen. De man heeft
over het algemeen ook een diepere rode snavel. Uit een groot
aantal vogels zijn echter wel paartjes samen te stellen.
Verspreiding: Australië
Geslachtsonderscheid:
Man: Kop zilvergrijs; keel met peervormige zwarte vlek; zwarte oogstreep. Stuit bruinroze,
bruiner en dieper op de vlerkjes. Witte romp en bovenstaartdekveren, Zwarte rompstreep.
Geelbruine borst met paarse weerschijn. Buik en flanken wit, evenals de onderstaartdekveren.
De staart is zwart. Opvallende draadvormige, lange middelste staartveren die tot een punt lopen.
Snavel geel, poten helder rood, ogen bruin.
Pop: is vrijwel niet van het mannetje te onderscheiden, vandaar dat het aanbeveling
verdient om bij aanschaf het beding te maken om één van de vogels bij de handelaar
te mogen ruilen als mocht blijken dat de gekochte diertjes geen paar vormen.
De hartvormige vlek op de keel is wellicht iets kleiner en heeft niet zo'n typische peervorm.
Bijzonderheden:
Er is een geel- en een rood snavelige variatie. De laatste is iets mooier. Het merkwaardige
is dat de hier gekweekte soorten nooit die lange staart krijgen, die ze in de natuurlijke
staat hebben. Voor ervaren liefhebbers een van de aantrekkelijkste soorten.
Verder komen er kleurmutaties voor in isabel en cremekleur.
Spitsstaartamadine isabel
Kweek:
In een nestkastje bouwen ze hun nest uit halmen, van binnen met fijnere vezels en veren bekleed.
De broedtijd bedraagt 14 dagen, de jongen worden meestal goed groot gebracht. Het voer bestaat dan
uit hardgekookt ei, gemengd met beschuit, klein gesneden meelwormen, veel groenvoer en geweekte zaden.
Kalk en mineralen moeten in ruime mate aanwezig zijn.
Om natuurbroed spitsstaartamadine’s te kweken hebben we niet direct een hele grote kooi of voliere nodig.
Op een kleiner oppevlak kan men al goede resultaten behalen met de kweek. Een broedkooi van 60 x 40 x40
is hiervoor al ruim voldoende.
Mits er voldoende licht is gaan de spitsstaartamadine’s al gauw over tot paring. Het leggen van de eieren
geschiedt in bijna alle tot hun beschikking staande nestgelegenheden. Als materiaal gebruiken ze fijn
hooi, kokos, droog gras en als het mogelijk is wat paardehaar.
De 5 a 6 eitjes worden door beide ouders bebroed en ook het voeren van de jongen is een taak van beide
ouders. Indien het aangeboden eivoer wordt gemengd met wat kiemzaad, pinky’s, buffalowormpjes en
universeelvoer, zult U zien dat er dankbaar en gretig van wordt opgenomen. Meestal zullen de insecten
als eerste op zijn.
Ook het uitvliegen zal op zich geen problemen opleveren, al zijn ze de eerste dagen wat paniekerig met
vliegen. Wanneer de jonge vogels zijn uitgevlogen dient wel de nestgelegenheid verwijderd te worden,
daar de ouders anders direct aan een nieuw nest beginnen. Na een 5 a 6 weken zullen de jongen
zelfstandig zijn en zult U ook merken dat de ruiperiode meestal probleemloos verloopt.
Nestcontrole is overigens bij deze vogels geen probleem. Wanneer U Uw hand nog maar net uit de kooi
heeft gehaald wordt direct het nest weer opgezocht. Bij een minimumtemperatuur van zo’n 12-15 graden
zullen deze vogels goed gedijen.
Daar de vogels zomer en winter willen broeden, moeten ze 's winters gescheiden worden. Ze zijn sterk en
behoeven niet in een verwarmd vertrek te blijven.