Vuurvink
Vuurvink

Home Vogelland, tropische vogels sitemap vogelland
Inleiding

Lagonosticta senegala

Vuurvinkjes zijn ideale vogels voor voličres met gemengde vinken. Als hij eenmaal is geacclimatiseerd, is hij vrij gehard. Toch leeft hij niet lang, en hij zorgt ook niet voor een groot nageslacht. Wel is hij vreedzaam en hij zal een slordig nest bouwen op allerlei plaatsen. Vuurvinken worden als pleegouders gebruikt door Wida's.

geslachtsonderscheid
Beide geslachten zijn gemakkelijk te herkennen. De mannetjes zijn dieprood terwijl de vrouwtjes een veel onopvallender uiterlijk hebben. Ze gaan, afhankelijk van het ras, met een grijsbeige tot bruin verenpakje door het leven.

sociale eigenschappen

Vuurvinkjes zijn erg geschikte vogels voor een voliere met een gemengde samenstelling, maar passen ook bij uitstek in een voliere met andere prachtvinken. Ze gaan hun eigen gang, waarbij ze de andere vogels doorgaans met rust laten. Alleen tijdens de kweekperiode kunnen de mannetjes wat onhebbelijker worden ten opzichte van soortgenoten van het zelfde geslacht.

activiteiten
Vuurvinken zijn levendige vogeltjes die zich in alle lagen van de voliere ophouden. Ze begeven zich graag in het groen, maar vliegen ook op open plekken. Ze scharrelen zo nu en dan op de bodem van de voliere rond, op zoek naar voedsel. Het is niet aanbevelingswaardig om geďmporteerde dieren aan te schaffen; verse importen zijn niet alleen erg schuw, ze zijn vaak ook zwak en extreem gevoelig voor ziekten. U bespaart uzelf en de vogels problemen door uitsluitend nakweekdieren aan te kopen.

Huisvesting

Vuurvinkjes kunnen zowel in een gedeeltelijk met stuiken beplante en bij voorkeur overkapte buitenvoličre als in een kamervoličre en ruime broedkooi gehouden worden. Voor het welzijn van de dieren staat de voliere op een beschutte plek waar wind en regen weinig invloed hebben.

omgevingstemperatuur
Vuurvinken zijn niet goed opgewassen tegen guur weer, veel neerslag en kou. Tijdens koudere jaargetijden kunt u deze vogels beter binnenshuis houden of het nachthok verwarmen.

Voeding

Als basis voer kunt u deze populaire Afrikaanse vogeltjes een zaadmengsel voor kleine tropische vogels geven. Daarnaast worden trosgierst, (verse) graszaden en onkruidzaden en gekiemd zaad graag opgenomen. Geef de dieren zo nu en dan kleine beetjes vogelmuur. Vuurvinken kunnen doorgaans leven op een plantaardig menu, zo nu en dan aangevuld met kleine beetjes insectenpaté . Klein levend voer es wel van levens belang tijdens de eerste levensweek van deze soort. Zijn de ouderdieren niet gewend aan dit soort voeding, dan is de kans groot dat ze het levend voer weigeren op te nemen en aan hun jongen aan te bieden, met desastreuze gevolgen. Wilt u graag nageslacht van uw vuurvinken, dan geeft u de aankomende ouderdieren regelmatig levend voer, zodat ze eraan kunnen wennen. Geschikte dierlijke eiwitbronnen zijn ondermeer fruitvliegjes, bladluis en buffalowormpjes. Grit en maagkiezel behoren altijd in voldoende mate aanwezig te zijn, zodat de dieren er naar behoefte van kunnen opnemen.

Kweken
Deze vogels broeden zowel in een broedkooi als in de voliere. Voor hun nestbouw zijn deze vogels niet kieskeurig. Er zijn zowel kweekresultaten bereikt met gesloten nestkastjes als met halfopen nestkastjes, en ook in nestkorfjes nestelen de vogels goed. Er zijn er daarnaast ook die een vrijstaand nest bouwen in een dichte struik. Bij gesloten kastjes is een invlieggat van 4 cm doorsnede toereikend.
Als nestmateriaal komen kokosvezel, kleine stukjes sisaltouw, dierenhaar, kleine donsveertjes en grashalmen in aanmerking. Een legsel bevat ongeveer 3 tot 4 eitjes. Zowel het mannetje als het vrouwtje bebroedt afwisselend de eitjes. Na ongeveer 11 tot 12 dagen komen de jongen uit het ei. Ze worden door beide ouders gevoerd.
In hun eerste levensweek bestaat het menu van de kleine vuurvinkjes vrijwel uitsluitend uit levend voer zoals buffaloworpjes . Een tekort aan levend voer leidt onherroepelijk tot een spoedige dood van de jongen. De jongen vliegen na 17 tot 21 dagen uit. Ze kunnen dan nog niet goed voor zichzelf zorgen en worden daarom nog een week of langer door beide ouderdieren gevoerd en begeleid.
Een paar dat in goede conditie is, kan meerdere legsels per jaar grootbrengen, maar het is beter ze niet meer dan twee legsels per seizoen te laten grootbrengen, aangezien meerdere legsels een aanslag plegen op de conditie en gezondheid van de ouderdieren. De jongen uit een eerder nest worden normaliter nagejaagd door de ouders.